!
91,3% van de mensen klikt hierop…
X

En jij nu ook! Met dit soort kleine nudges kunnen wij het gedrag van mensen sturen. Benieuwd hoe wij jou kunnen helpen? Vraag meteen een vrijblijvende offerte aan:

Bedankt voor je aanvraag :-)

We nemen zo snel mogelijk contact met je op.

De misvattingen over nudging: reactie op Correspondent-column

 

Door Danny van der Roest

Gisteren las ik deze column van Jesse Frederik over nudging. De Correspondent heeft doorgaans sterke artikelen die dieper ingaan op de materie en een vollediger (soms ander) beeld neerzetten van een onderwerp. Maar deze column van de Correspondent Economie is een niets meer dan een illustratie van de algemene misvattingen over nudging.

1. Verkeerd mensbeeld: de mens is géén idioot

In de column schetst Jesse Frederik de mens, plat gezegd, als een incompetente idioot. Hij denkt hiermee het mensbeeld van de sociale wetenschappen te parafraseren. Dit is echter kort door de bocht en mist de nodige nuance. De sociale wetenschap beschouwt de mens zeker niet als dom of incompetent. Onderzoek heeft alleen aangetoond dat wij op veel vlakken irrationele keuzes maken die soms in ons eigen nadeel zijn. Zo beïnvloeden korte termijneffecten onze keuze meer dan lange termijneffecten. Ons huis isoleren betekent nu investeren en rommel maken in huis dus doen we het liever niet terwijl het op lange termijn geld en CO2-uitstoot bespaart. Wij zijn geen idioten volgens de sociale wetenschap, wij zijn alleen geen calculerende robots; we zijn menselijk.

2. Concept van nudging is verkeerd begrepen: pianotrap is geen nudge

De pianotrap wordt, zoals vaak, als voorbeeld genomen om uit te leggen dat nudges geen goede instrumenten zijn om problemen op te lossen. Dit is echter een slecht voorbeeld van een nudge. Google ‘pianotrap nudging’ en het eerste zoekresultaat is een artikel waarin wordt uitgelegd, door oud-Mavericker Rick Baggermans nota bene, dat dit helemaal geen nudging is. Nudging is het toepassen van gedragswetenschappelijke inzichten om mensen tot betere en gezondere keuzes te laten komen (dat kan ook in de vorm van beleid zijn). De pianotrap is slechts een grappige gimmick die bekend is geworden omdat deze mediageniek is, maar het is geen nudge. Het klopt dus wat Jesse Frederik zegt over het korte termijneffect hiervan, maar dat geldt voor de pianotrap en niet voor nudges. Een goede nudge heeft namelijk wel degelijk een lange termijneffect.

Oh ja, het voorbeeld van de plaatjes op de sigarettenpakjes is ook een slecht voorbeeld van nudging. Sociale wetenschappers pleiten namelijk al jaren voor een alternatief. Bij deze choquerende boodschap sluiten rokers zich namelijk juist af voor de inhoud – een averechts effect dus. Die plaatjes zijn een uitvinding van beleidsmakers die juist niets weten van gedrag.

Een goede nudge kan op vele manieren worden uitgevoerd en is vaak niet eens zichtbaar. Deze nudges halen de media dan ook niet. Jesse Frederik laat zich volgens mij dan ook te veel leiden door artikelen van partijen die mediastunts presenteren als nudging. Er zijn immers veel partijen die aan de haal gaan met deze ‘hype’ zonder dat zij goed snappen wat nudging echt is. Beter onderzoek voor de column had een heel ander beeld geschetst van dit vakgebied.

3. Verkeerde conclusies over de effectiviteit van nudging: selectieve bewijsvoering

Naar mijn mening worden er in de column verkeerde conclusies getrokken over de effectiviteit van nudging. Er worden een aantal artikelen opgesomt waar nudging niet het juiste effect heeft gehad. Dit is een geval van confirmation bias, oftewel het zoeken van informatie die de reeds bestaande denkbeelden bevestigen. Als Jesse Frederik wat verder had gezocht in wetenschappelijk artikelen én op de website van bureaus die zich met nudging bezighouden vanuit een psychologische achtergrond (zoals Maverick), dan had hij talloze voorbeelden gevonden van effectieve nudges. En ja, soms kan het zo simpel zijn als een eenvoudige brief om mensen een andere keuze te laten maken, ook over zaken die er wel toe doen.

En natuurlijk is niet elke nudge effectief. Dat komt omdat gedrag complex is en in een hele specifieke context tot stand komt. Daarom kan je een nudge ook niet simpelweg kopiëren en ervan uit gaan dat deze dan opnieuw effectief is in een andere situatie. Daarbij is nudging een jong vakgebied waardoor er nog veel geëxperimenteerd moet worden. Dat betekent trail-and-error; proberen, fouten maken en ervan leren. Het louter aanhalen van onderzoeken die geen effect hebben gehad is een geval van selectieve bewijsvoering.

4. Nudging helpt mensen juist de keuzes te maken die ze willen maken

In de column wordt nudging weggezet als een instrument dat wordt gebruikt om de mens te manipuleren. Ook dit is erg kort door de bocht. Inzichten uit de sociale wetenschappen kunnen worden gebruikt om o.a. beleid effectiever te maken. Een subsidie is bijvoorbeeld niet genoeg om mensen te motiveren om hun huis te verduurzamen want er spelen nog andere prikkels en psychologische weerstanden. Beleid kan daar rekening mee houden door andere prikkels of diensten op te nemen zodat mensen wél de keuzes maken die ze aangeven te willen maken. Veruit de meeste mensen geven namelijk aan te willen bijdragen aan een beter milieu en dat ze bereid zijn om hun huis te verduurzamen, maar deze stap nemen ze niet. Beleid dat rekening houdt met de menselijke psyche kan ze wel die stap laten nemen. In plaats van mensen manipuleren helpt het ze dus om goede keuzes te maken.

Daarbij: verkeersdrempels en -borden, de muziek in de supermarkt, een plein dat is ingericht door een stadsarchitect om spontane ontmoetingen te creëren, het zijn allemaal voorbeelden van manieren om gedrag te sturen waar nooit de term ‘manipulatie’ valt. Waarom bij nudging dan wel?

5. Zwaarder geschut is helemaal niet de oplossing

Tot slot geeft Jesse Frederik aan dat we voor serieuze problemen ‘zwaarder geschut’ moeten inzetten. Ten eerste doet dit af aan de kracht van nudging – zijn conclusie is dan ook gebaseerd op een eenzijdige opsomming van ineffectieve onderzoeken – want nudging kan wel degelijk flinke effecten hebben.

De grap is daarbij dat ‘zwaarder’ geschut zoals wet- en regelgeving of boetes lang niet altijd effectiever is. Boetes hebben er niet voor gezorgd dat mensen geen afval meer naast de container zetten, nooit meer te hard rijden of hun fietslicht aanzetten. Hogere accijnzen werkt ook maar beperkt: het licht verhogen van de prijzen heeft weinig effect en het flink verhogen heeft bijvoorbeeld als risico dat het criminele circuit de handel oppakt. Het ontmoedigen middels nudging van roken en drinken is dus wel degelijk een goed idee (maar dan niet met choquerende plaatjes!).

Ik vind het opmerkelijk dat deze stelling over ‘zwaarder geschut’ wordt gepresenteerd terwijl het evident is dat het instrumentarium van de overheid (regel- en wetgeving, boetes en accijnzen) niet voldoende is om alle maatschappelijke problemen op te lossen. Juist daarom investeert de overheid nu in de nieuwe tool van gedrag. Alleen is deze nog volop in ontwikkeling.

Nudging is geen panacee, wel een waardevol instrument

Dat nudging niet de panacee is waarmee we alle maatschappelijk problemen in een klap kunnen verhelpen is nogal wiedes. Elk probleem vraagt om een andere aanpak en instrumenten. Voor sommige problemen is regel- en wetgeving voldoende, voor andere moeten we eerst volledig begrijpen wat er omgaat in ons brein. Nudging is een veelbelovend nieuw instrument dat bijdraagt aan een betere samenleving. Wat het artikel van Jesse Frederik vooral duidelijk maakt is dat er flinke misvattingen bestaan over wat nudging is. Hopelijk draagt mijn artikel bij aan een beter beeld van dit fantastische vakgebied.